De cardioloog kwam nadenkend binnenlopen. De foto van de cathetherisatie nog in zijn hand. Hij begon meteen; ‘en u heeft nooit klachten gehad, zegt u’. ‘Nee, nooit’ was mijn antwoord, ‘vorige week nog De ronde van Vlaanderen gefietst, fluitend’. Hoofdschuddend stond hij aan mijn bed. De kransslagader was als een tube dichtgeknepen, het gebied erachter als een woestijn drooggelegd. En dan geen klachten! ‘Een dergelijk zware deficiëntie behoort toch symptomen te geven’ oreerde hij. ‘Hoe kan het zo zijn dat we dit gemist hebben’, ‘heeft u een uitzonderlijke bloedvoorziening die in de literatuur nog nooit beschreven is’? Nogmaals keek hij naar de dichtgeknepen tube, daarna keek hij me lang en doordringend aan, draaide om en beende zich weg van mijn bed.

Ikzelf had al lang een zeer duidelijk beeld van de ontstane situatie. Het lag niet aan deze zorg professional die 20 jaar van zijn leven gegeven heeft aan zijn medische opleiding en wetenschap. Die strikt de vakliteratuur bijhield en de allernieuwste behandelprotocollen kende en doorvoerde. Die binnen zijn vakgebied een autoriteit is op basis van zijn diagnostische kunde, onderzoek, onderscheidende publicaties en vakbekwame interventies. Deze nu ietwat verwarde professional kreeg een patiënt die niet paste binnen de bestaande protocollen van het huidige zorgsysteem. Het is duidelijk dat patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen snel en adequaat geholpen moeten worden. Hierbij worden de mankementen van patiënten gestandaardiseerd en in het systeem geborgd. Dit is tegenwoordig belangrijker dan ooit want een efficiënte voortgang van patiënten in het systeem leveren ziekenhuizen en medisch specialisten geld op. Vrijheidsgraden in diagnostiek en diversificatie in behandelingen zijn medisch interessant maar werken beperkend op de zorgproductie. Net zoals in een normale productieomgeving zoals bijvoorbeeld bij auto’s is het zaak deze te optimaliseren. Dit kan alleen door strikte vastlegging, verbetering van processen en het management hierop. Veranderingen ten opzichte van dit vastgestelde proces worden niet toegestaan. De analogie naar het ziekenhuis is evident. Het ziekenhuis als productieomgeving waarbij medische zorgstandaarden, behandelprotocollen of richtlijnen de ‘back bone’ zijn geworden van capaciteitsplanning, optimalisatie doorvoering, efficiëntie verbetering, doelmatigheidsmanagement en stringente vastlegging. Medische behandelrichtlijnen dienen hier een productiedoel. Het liberale marktdenken met de Anglo-Amerikaanse stuurmechanisme zijn de anonieme moraal geworden van handelen. Geprotocolleerde kookboekgeneeskunde zorgt ervoor dat 90 procent van de patiënten goed te managen valt in ons output bekostigingssysteem. Het ontneemt verantwoordelijkheden en is opschaalbaar. Patiënten die niet passen binnen de capaciteitsplanning van deze wetenschappelijke standaarden, die niet passen binnen de strikte afgesproken interne protocollen, worden als extra werk gezien. De vakbekwame medisch specialist die intuïtief en creatief denken nodig heeft om individuele variaties te herkennen en te behandelen wordt een rudimentair aanhangsel van een alomvattend systeem. De behandelprotocollen zijn de standaard operationele procedures geworden van een productie- systeem, waarbij omzet, volume, kosten, efficiënte, rendement de belangrijkste parameters zijn. De dichtgeknepen tube temidden van de onontwarbare vaten had binnen een ouderwetse medisch elan geleid tot nieuwsgierige en begerenswaardige vroegdiagnostiek en behandeling. In een systeem waarbij de medisch professional ‘het systeem’ dient, leidt het tot matheid.